Lichaamsverhoudingen

Hoofdcategorie: Tekenen en schilderen Categorie: Portret en figuur
Image

Lichaamsverhoudingen.


Het bekendste model dat gebruikt werd voor het weergeven van de lichaamsverhoudingen van de mens is waarschijnlijk ''The Vitruvian Man'' Deze is rond 1490 getekend door Leondardo da Vinci. Bij deze tekening hoort een uitgebreide beschrijving van de diverse verhoudingen van het menselijke lichaam.
p1240003

Ideale model, 8 hoofdlengtes lang.

Bij het opzetten van een figuur zijn er 2 gangbare modellen. Het ene model gaat uit van het ideale figuur, de diverse lichaamsdelen worden gemeten in “hoofdlengtes”. Bij de ideale proporties gaat men ervan uit dat het totale lichaam zowel bij de man als bij de vrouw 8 hoofdlengtes lang is. Een voorbeeld van zowel een man als een vrouw met deze ideale verhoudingen vind je in het plaatje hiernaast.

Algemene regels:
  • Het ideale menselijke figuur wordt meestal als 8 hoofdlengtes groot weergegeven.
  • Het belangrijkste punt van het achtvoudige systeem is het vierde punt. Dit geeft de overgang van de romp naar de benen aan. Hier ligt het middelpunt van de hele lichaamslengte.
  • Het eerste verdeelpunt ligt op de hals, net onder de kin.
  • Het tweede verdeelpunt ligt op tepelhoogte.
  • Het derde verdeelpunt ligt op navelhoogte.
  • Het vierde verdeelpunt ligt op schaambeen hoogte.
  • Het vijfde verdeelpunt ligt halverwege de dij.
  • Het zesde verdeelpunt ligt direct onder het kniegewricht.
  • Het zevende verdeelpunt ligt op het midden van het scheenbeen.
  • Het achtste verdeelpunt ligt op de bodem.
  • De armen reiken in gestrekte positie tot aan het midden van de dijen.
  • Als je je armen horizontaal naast je houdt, is de spanwijdte gelijk aan je lengte.
p1240096

Gemiddeld model, 7-7,5 hoofdlengte.

Een ander model, gebaseerd op gemiddelden, gaat ervan uit dat zowel de man als de vrouw 7 tot 7 ½ hoofdlengtes lang is. Een voorbeeld vind je hiernaast. Wat algemene regels bij dit model:
  • De gemiddelde volwassen persoon is 7 tot 7 ½ hoofdlengtes groot.
  • Het midden van het volwassen figuur ligt in de liezen, iets boven de geslachtsdelen.
  • Van je tenen tot en met je heupen (navel) is 4 tot 4 ½ hoofdlengte lang.
  • De afstand van je navel tot de bovenkant van je hoofd is 3 hoofdlengtes lang.
  • Als je je armen horizontaal naast je houdt, is de spanwijdte gelijk aan je lengte.
  • Je heupen zijn 1 hoofdlengte hoog.
  • De afstand van je elleboog tot het puntje van je vingers is 2 hoofdlengtes.
  • De afstand van je pols tot het puntje van je vingers is 1 hoofdlengte.
  • De lengte van een voet is gelijk aan de lengte van je onderarm.
  • De schouderbreedte is 3 hoofdbreedtes breed.
Vergeet niet dat dit maar hulpmaten zijn, die voor iedereen weer net iets anders kunnen uitvallen.

p1240011

Welk model gebruik je?

Welk model je precies gebruikt is niet zo relevant. Het is een hulpmiddel en niet meer. Als je iemand goed weer wilt geven zul je moeten kijken hoe de verhoudingen van die specifieke persoon zijn. De twee modellen kun je wel leren kijken en als richtlijn dienen. Een ledematen pop kan ook een handig hulpmiddel zijn bij figuurtekenen of modelboetseren. Denk er wel aan dat ook van zo’n pop de lengtes en verhoudingen gebaseerd zijn op een model, en dat dit waarschijnlijk afwijkt van de persoon die je wilt tekenen of boetseren.

p1240008

Kinderen.

Kinderen hebben andere verhoudingen dan volwassenen. Het hoofd is in verhouding nog veel groter. In het plaatje zie je een kind op verschillende leeftijden. Zowel de lengte als de leeftijd is natuurlijk maar een gemiddelde. Enkele richtlijnen:
  • 0 jaar; ongeveer 50 cm lang
  • 3 jaar; ongeveer 90 cm lang
  • 7 jaar; ongeveer 105 cm lang
  • 14 jaar; ongeveer 150 cm lang
De blauwe lijnen geven het aantal hoofdlengtes aan. Een pasgeboren kind is ongeveer 4 hoofdlengtes lang. Enkele karakteristieke eigenschappen van baby’s zijn:

De korte afmetingen van de benen.
  • Hele korte hals, het hoofd lijkt op de romp te rusten.
  • De hoofdlengte is bijna gelijk aan de schouderbreedte.
Je ziet dat het midden van het lichaam gedurende 14 jaar verschuift van de navel naar de schaamstreek. Het hoofd wordt verhoudingsgewijs steeds kleiner.

Nog een aantal aandachtspunten bij het figuurtekenen.

  • De vrouw is in de heupen breder dan de man.
  • De pols zit op 1 lijn met het kruis als de armen langs het lichaam hangen.
  • Wanneer je aan het hoofd werkt, gebruik de oren en de ogen dan als gids. Trek een lijn tussen de beide oren en je hebt een handige hulplijn om de stand van het hoofd te beoordelen. Zo kun je zien waar neus, ogen en mond moeten komen.
  • De lijn die over de navel loopt is een goede hulplijn om de stand van de heupen te vinden. Met de navel als oriëntatiepunt is het ook gemakkelijk om uit te vinden waar de kin zal komen, links of rechts vanuit de lijn van de navel.
  • Let op verschillen in hoogte tussen de borsten, de heupen, de billen en de knieën. Deze geven aanwijzingen hoe het gewicht verdeeld is.
  • De borsten van de vrouw wijzen niet recht naar voren maar opzij, naar links en naar rechts.
  • De binnenkant van de kuit is meer bolvormig dan de buitenkant van de kuit.