Spelen met perspectief

afbeelding00

Spelen met perspectief - rechte vormen

Wat wij zien en waarnemen is erg persoonlijk. Ons verleden, onze opleiding en ervaring hebben ons kijken beïnvloed. Vaak zien we niet echt wát we zien. Ieder van ons kijkt elke dag in de ruimte, op straat naar het verkeer en naar gebouwen, in huis kijkt men door het raam naar buiten of door de openstaande deur naar de trap of al roerend in een koffiekopje of een koekenpan. Ruimte of diepte suggereren op het platte vlak (papier) doen we door middel van de perspectief.

Spelenderwijs de ruimte en alledaagse ruimtelijke objecten ontdekken door ze te schetsen, is leuk. Ook is het leerzaam, zeker als we kijken naar hoe anderen, zoals fotografen en kunstenaars ermee omgaan. In dit eerste artikel worden enkele basisbegrippen toegelicht.

Perspectief
Het onderwerp veroorzaakt bij beginners vaak enige angst. Het is een onbekend, wiskundig aandoend thema. Toch is het als men zich erin verdiept, een logisch geheel en daarom is het zinnig iets dieper op de materie in te gaan.

afbeelding01De horizon
De lijn tussen de grond (of het water) en de lucht noemt men de horizon. Het is een denkbeeldige lijn, die steeds met ons mee verschuift, want de aarde is rond, dus we zullen de horizon nooit echt kunnen benaderen.
De plaats van de horizon is erg belangrijk voor het uiteindelijke ruimtelijke beeld in een tekening.
Hoe bepaal je nu de horizon? Als je voor het raam staat en ver kan kijken, bijvoorbeeld over een akkerland, is de horizon goed te zien en over te tekenen op het raam. In de stad zie je geen horizon omdat er huizen voor staan, maar ze is er wel; we noemen de horizon in dat geval een denkbeeldige lijn.

afbeelding02De horizon is hoger gelegen als je staat dan wanneer je zit. De horizon ligt dus op ooghoogte, letterlijk op de hoogte van ons oog. In de tekening van het straatje zie je de hoofden van de mensen op één lijn- één ooghoogte.

afbeelding03afbeelding04De vogel in de lucht heeft een hoge horizon; zij heeft een groot overzicht over wat zich beneden afspeelt; de kikker op de grond heeft een lage horizon en haar blikveld is beperkter. Daarom spreekt men van vogel- en kikkerperspectief. De horizon als horizontale lijn is vaak onzichtbaar of maar ten dele zichtbaar. In het landschap staan er bomen of bergen voor; in de stad huizen. Het is dus een denkbeeldige lijn op ieders ooghoogte.
afbeelding05Verdwijnpunten
In de perspectief blijven als we recht voor iets staan, alle horizontale lijnen horizontaal en alle verticale lijnen verticaal. Maar de lijnen die van ons af lopen –wijkende lijnen genoemd –gaan de diepte in. Het bekende voorbeeld van de spoorrails verbeeldt dit goed. De twee wijkende lijnen verdwijnen in een centraal punt op de horizon: het verdwijn- of vluchtpunt. Op deze afbeelding staan we recht voor de spoorbaan waar de rails horizontaal blijven en de palen en bomen aan de zijkant verticaal blijven. De afstanden tussen de rails worden steeds kleiner naarmate ze verder weg liggen; zo ook lijken de palen en bomen op grotere afstand steeds kleiner. Door de bovenkant van de palen en bomen is een denkbeeldige hulplijn te trekken; deze lijn verdwijnt ook in hetzelfde verdwijnpunt op de horizon.
afbeelding06Als de persoon nu niet recht voor de treinrails staat, maar meer naar links of rechts, dus onder een hoek, dan verandert de perspectief. De verticalen blijven altijd vertikaal, maar de horizontalen staan nu onder een hoek en zullen ook de diepte ingaan. Er ontstaat zo een tweede verdwijnpunt op de horizon. Dit ligt buiten het papier. Als het erbinnen getekend wordt, geeft het een erg vertekend beeld.
afbeelding07afbeelding08Ook in het interieur zijn hulplijnen voor de perspectief te trekken, zoals in de schilderijen te zien is. Hier zijn hulplijnen geschetst die met de perspectief te maken hebben. Dit kan ook op foto’s toegepast worden. Soms gaat er een wereld voor je open en besef je hoe de ruimte is ingedeeld en hoe objecten er hun plaats in vinden.
Rechte vormen: vierkant en rechthoek, kubus en blok
Rechte vormen als een blok, een kubus, een huis, een interieur met deuren en ramen noemen we rechte vormen, vaak opgebouwd uit vierkanten of rechthoeken. Op de schetsen is te zien dat er hulplijnen gebruikt zijn om de vormen goed te kunnen tekenen: middellijnen en diagonalen. Deze hulplijnen zijn handig, ze geven houvast bij het schetsen. Het materiaal voor het ruimtelijk schetsen kan variëren van zacht potlood tot houtskool en inkt. Hulplijnen worden altijd dun getekend en niet weggegumd. Het beste is vanuit de schouder te tekenen om lange losse lijnen te kunnen trekken. Vanuit de pols is het onmogelijk om lange lijnen te schetsen. In de definitieve tekening worden lijnen op de voorgrond wat zwaarder gemaakt om zo de diepte te suggereren. De dunne hulplijnen vallen daardoor bijna weg.
afbeelding09 afbeelding10 afbeelding11 afbeelding12 afbeelding13
Voordat we gaan schetsen is het van belang de plaats van de horizon te bepalen en de hoek waaronder we staan of zitten. Het standpunt van de kijker bepaalt de horizon: waar staat hij, staat hij recht of schuin voor het object, hoog of laag? Wat wil hij laten zien? Als er veel te vertellen is, is een hoge horizon handiger, je kunt dan meer tekenen wat zich op de grond voordoet (vogelperspectief). Bij een lage horizon heb je veel lucht en dat kan in een landschap met wolkenpartijen juist weer de bedoeling zijn (kikkerperspectief). Tussen hoog en laag zijn vele horizonhoogtes mogelijk.

afbeelding14Bij de studietekening van het tempelfries kijk je onder tegen het object aan; het object ligt dus boven de horizon. Bij zo ’n detail wordt niet steeds de horizon en worden niet alle verdwijnpunten getekend, maar ongeveer de richting, want de verdwijnpunten punten liggen ver weg buiten het papier. Daardoor ontstaan er geen rare vertekeningen.
afbeelding15Technische tekeningen in perspectief worden vaak gebruikt in de architectuur; vanuit de plattegrond worden interieurs en exterieurs geconstrueerd. Vroeger werd het handmatig gedaan, zoals de tekening van de tempel, – met mallen, driehoeken, linialen, potlood, pen en inkt, maar tegenwoordig is gaat alles digitaal. Ook schaduw en slagschaduw zijn te construeren, evenals de weerspiegeling in het water. Voor ons is het hoogstens handig om bijvoorbeeld bij een thema als ‘kerktoren’ gebruik te maken van constructies. Meestal zijn perspectivische schetsen voldoende voor een kunstwerk, in welke techniek dan ook.
Echt leren waarnemen van de ruimte en ruimtelijke objecten is te leren door steeds goed te kijken. Ook leer je veel door buiten te schetsen, bijvoorbeeld een straatje in de stad of een weg waar bomen langs staan. Op kleinere schaal kun je thuis oefenen door kleine objecten als doosjes, kubusjes, eerst als studieobject en later bijvoorbeeld samengevoegd in een gebouw te schetsen.
Soms ‘zie je niet wat je ziet’, en moet je het eerst getekend hebben. Pas dan krijg je inzicht in de vorm en haar ruimtelijke werking.

Tekenen is leren zien, leren waarnemen!