Kleurenleer

Artikelindex

ImageKleurkenmerken

Kleurkenmerken.


Om kleuren duidelijk te kunnen omschrijven worden ze aangeduid met de term ''kleurkenmerken''. Naast de tint, die we de ''kleuren van de regenboog'' noemen, kunnen we nog andere grootheden onderscheiden, namelijk de verzadiging (het tegendeel van grijsheid) en de intensiteit (lichtheid).

  • Kleurtoon(Hue); Een kleur wordt aangeduid met de term kleurtoon (kleursoort). Dit is de kleur die wij zien, de kleur van de kleur; bijvoorbeeld rood.
  • Intensiteit(Value); Dit is de lichtheid van een kleur. Het geeft aan in hoeverre een kleur opvallend licht kan reflecteren.
  • Verzadiging(Saturation); Dit geeft aan hoe zuiver een kleur is. Een zuivere kleur heeft zijn volste, sterkste en meest expressieve kleurkarakter. Hoe meer grijs, wit of zwart in de kleur aanwezig is hoe minder verzadigd deze is.
ImageKoude en warme kleuren


Kleuromschrijvingen.

Behalve de kleurkenmerken hebben we nog een aantal andere manieren om kleur te omschrijven:

  • Warme en koude kleuren; kleuren die in het rode deel van de cirkel liggen, rood, oranje, geel noemen we de warme kleuren, de overige noemen we de koude kleuren, dit zijn groen, blauw en paars. Als we nu bijvoorbeeld bij een warme kleur geel wat van een koude kleur paars mengen, dan wordt het een koel gele kleur. Zo kan je ook een koude kleur een warmer effect geven door er wat van een warme kleur verf door te mengen. Het begrip warm en koud is dus maar betrekkelijk.
  • Pasteltinten; Kleuren die worden vermengd met wit worden lichter, dit noemen we pasteltinten. Deze stralen een zacht en verfijnd karakter uit.
  • Vertroebelde kleuren; Kleuren die vermengd zijn met zwart worden donkerder, dit noemen we vertroebelde kleuren, ze zien er vaak somber uit.


Kleurcontrasten.

Kleuren hebben ook invloed op elkaar. Dit noemen we kleurcontrasten. Kleurcontrasten ontstaan doordat twee of meer kleuren naast elkaar aanwezig zijn. Er ontstaat dan een verschil en dat noemen wij een contrast. Hoe zuiverder de kleuren hoe sterker het contrast is. Als we twee kleuren uit een cirkel kiezen die ver van elkaar afliggen, dan is het kleurcontrast heel groot. Een aantal kleurcontrasten zijn:

ImageKleur tegen kleur contrast
Kleur-tegen-kleur-contrast: Dit zijn alle combinaties waar twee kleuren van enig verschil tegen elkaar worden verwerkt. Het eenvoudigste kleurcontrast ontstaat om de eenvoudige kleuren met hun grootste zuiverheid tegen elkaar aan te zetten. Zoals het grootste licht - donker contrast ontstaat tussen zwart en wit, ontstaat het grootste kleurcontrast door de primaire kleuren, bijvoorbeeld rood, geel en blauw, of cyaan, magenta en geel.
ImageLicht donker contrast
Licht-donker-contrast: Dit zijn alle combinaties tussen lichte en donkere kleuren bijv. geel-blauw. Dit wordt ook wel aangeduid als het "gewone contrast". Het licht-donker contrast kan ontstaan tussen twee kleuren, bijvoorbeeld geel en paars, maar ook tussen verschillende nuances (of tonen) van één kleur. De lichtpaarse kleur in het midden is in beide blokken hetzelfde. In het bovenste blok lijkt het paars door het licht - donker contrast veel lichter dan in het onderste blok.
ImageKoud warm contrast
Koud-warm-contrast: Rood, oranje en geel zijn de warme kleuren; blauw-groen, blauw en paars zijn de koude kleuren. Het warm koud contrast wordt veroorzaakt doordat sommige kleuren, vooral in de kleurencirkel rond de kleur rood gelegen, een warme indruk maken. Andere kleuren, rondom de kleur blauw, maken een koude indruk. De warmte van een kleur in een schilderij kan door het warm-koud contrast versterkt worden door er een koelere kleur naast te zetten. In het voorbeeld hieronder geeft de middelste kleur midden in het warme rode vlak een koele indruk. Als dezelfde kleur omringd wordt door een koude blauwe kleur, is de indruk veel warmer. Doordat een warme kleur door het atmosferisch perspectief bovendien naar voren lijkt te komen, is er ook een verschil in dieptewerking bij de twee hierbovenstaande voorbeelden. In het bovenste figuur wijkt het midden naar achter, in de onderste figuur lijkt het midden naar voren te komen.
ImageComplementair contrast
Complementair-contrast: Het sterkste kleurcontrast bestaat tussen de complementaire kleuren, tussen rood en groen, geel en paars, blauw en oranje. De gele kleur in het midden van het rood steekt minder fel af dan de groene kleur. Geprobeerd is de toonwaarde (helderheid) van het groen en het geel gelijk te houden, zoals blijkt uit het onderste blokje. Dat het groen sterker afsteekt, komt doordat het de complementaire kleur is van rood.
ImageSimultaan contrast
Simultaan-contrast: Dit betreft de onderlinge beïnvloeding van kleuren, met name in een net-niet complementaire combinatie. Met het simultaancontrast wordt bedoeld, dat als een bepaalde kleur sterk aanwezig is, de complementaire kleur ervan als een nabeeld altijd naar voren komt. In de voorbeelden hieronder heeft het grijs binnen het rode blok een groene gloed, terwijl het grijs in het paarse blok juist een geelachtige gloed vertoont. Het is van belang bij het bekijken van deze blokken de andere kleuren op deze pagina zo veel mogelijk af te dekken, en lang naar het midden van het grijze vlakken in de blokken te staren.
ImageKwaliteits contrast
Kwaliteits-contrast: Dit betreft contrasten tussen kleuren van duidelijk verschillende kwaliteit; grijswaarde of verzadiging. Dit is dus het contrast tussen heldere, verzadigde kleuren, en matte, troebele kleuren. Hieronder een voorbeeld van een blok zuiver magenta in het midden en minder fel, grijsachtig magenta eromheen.
ImageKwantiteits contrast
Kwantiteits-contrast: Het kwantiteitscontrast betekent dat er een sterk en als spannend ervaren contrastverschil kan ontstaan door de kleuren in zeer verschillende hoeveelheden te gebruiken. Bijvoorbeeld door twee kleine vlakjes blauw in een groot oranje veld toe te passen, zoals hiernaast.